| Gegevens kunnen op veel plaatsen worden opgeslagen naast RAM (Random Access Memory). Hier zijn enkele belangrijke voorbeelden:
* Harde schijven (HDD's): Dit zijn traditionele draaiende magnetische schijven die gegevens permanent opslaan, zelfs als de computer is uitgeschakeld. Ze zijn relatief goedkoop, maar langzamer dan andere opties.
* Solid State Drives (SSD's): Deze gebruiken flash-geheugen om gegevens op te slaan. Ze zijn veel sneller dan HDD's en duurzamer, maar over het algemeen duurder per gigabyte.
* Optische schijven (cd's, dvd's, Blu-rays): Deze slaan gegevens optisch op en gebruiken lasers om informatie te lezen en te schrijven. Ze zijn relatief goedkoop voor archiefopslag, maar traag en hebben een beperkte capaciteit.
* Magnetische tape: Magneetband wordt voornamelijk gebruikt voor het archiveren van grote hoeveelheden gegevens en is een zeer kosteneffectieve oplossing voor langdurige opslag. Toegangstijden zijn aanzienlijk langzamer dan bij andere methoden.
* Cloudopslag: Dit omvat het opslaan van gegevens op servers die eigendom zijn van en worden onderhouden door een externe provider (bijvoorbeeld Google Drive, Dropbox, Amazon S3). Dit biedt toegankelijkheid vanaf meerdere apparaten en vaak schaalbaarheid, maar is afhankelijk van een netwerkverbinding.
* Netwerkgekoppelde opslag (NAS): Een speciaal opslagapparaat dat is aangesloten op een netwerk, waardoor meerdere gebruikers of apparaten toegang hebben tot de gegevens.
* USB-flashdrives (thumbdrives): Draagbare opslagapparaten die gebruik maken van flashgeheugen.
* SD-kaarten: Kleine flash-geheugenkaarten die worden gebruikt in camera's, telefoons en andere apparaten.
De keuze voor opslag hangt af van factoren als snelheidsvereisten, kosten, capaciteitsbehoeften, draagbaarheid en het belang van gegevenspersistentie. |